Henk Schreij over windmolens op zee of op land

Bron: SallandCentraal

Eind maart was het zo ver: het eerste contract voor een Nederlands windmolenpark zonder subsidie werd getekend. Nuon (=Vattenval) gaat het bouwen en over 4 jaar levert het de stroom voor één miljoen huishoudens. Het is het derde windpark op zee (van de vijf die tot 2023 gebouwd gaan worden) en het komt bij Katwijk, op 22 km voor de kust. Nederland is ontzettend goed bezig met windmolens op zee. Alles is perfect voorbereid, met duidelijke afspraken. De Staat heeft het bodemonderzoek al gedaan, de MER (milieu effect rapportage) is klaar. De vergunningen zijn geregeld, en de stroomkabel naar het park en de aansluiting (het “stopcontact”) is al aangelegd. Alle parken zijn gelijk van grootte (700 Megawatt) om standaard apparatuur te kunnen gebruiken, wat de kosten veel lager maakt.   Windmolens op zee Windmolens, zeker die op zee, zijn in rap tempo goedkoper geworden. Of beter gezegd, ze zijn in prijs gelijk gebleven, maar leveren wel twee keer zo veel stroom, vergeleken met tien jaar geleden. Dat komt omdat ze veel groter zijn geworden, nu al 200 meter, hoger dan de Euromast. En hoe hoger, hoe meer het daar waait, en hoe constanter. Windmolens zijn ook meer bestand tegen storm: Vroeger moesten ze bij 90 km/uur windsnelheid afgeschakeld worden, nu draaien ze een beetje uit de wind en blijven ze leveren. Nederland was ooit gelukkig met veel gas onder de grond, iets wat in Groningen uitdraaide op een nachtmerrie. Maar Nederland is nu nog meer gelukkig, omdat we met onze lange kust ontzettend veel kustwater tot ons gebied mogen rekenen. Doordat de wind door het Kanaal, tussen het vasteland en Engeland wordt gedwongen, waait de wind meest uit een vaste richting (zuidwest). Daardoor zijn de windmolens gunstig te plaatsen, zodat ze zo min mogelijk in elkaars zog (windschaduw) staan en de opbrengst nog hoger is: in een jaar gemiddeld 55% van het maximum.   Windmolens op het land Jarenlang werd gedacht dat we moeten inzetten op windmolens op het land, omdat dat goedkoper is. De paal kan korter, er is minder corrosie (zout) en toegang is gemakkelijk. Maar vooral op zee worden windmolens steeds groter en rendabeler. Op een windmolen van 200 meter maken die extra meters onder water niet zoveel uit, en transport en plaatsing op zee is nu goedkoper dankzij standaardisatie en gespecialiseerde schepen. Ook is corrosie op zee tegenwoordig goed te beheersen. Windmolens op land daarentegen geven veel weerstand bij de bevolking. Op land is er minder wind en de opbrengst is aanzienlijk lager met maar 35% van het maximum (hier in Salland).   Milieu en prognose Bij windmolenparken op zee zijn geen scheepvaart en vissers toegestaan, waardoor de bodem daar tot rust komt, wat goed is voor het milieu. Ook voor visvangst, want het gebied wordt een kraamkamer voor zeeleven en de trillingen van de molen vinden de vissen aangenaam. Er zijn minder vogels dan op het land, wat ook scheelt in vogelsterfte. Op het land valt die sterfte overigens in het niet bij dode vogels t.g.v. het verkeer. De conclusie o.b.v. kosten, opbrengst en milieu is dan ook dat nieuwe windmolens op zee horen, niet meer op het land. Een conclusie die ook het Planbureau trekt in zijn prognose voor de komend 18 jaar, zie de grafiek. Deze prognose is van vóór Wiebes zijn aardgasbesluit, en de voorspelde export van stroom na 2022 zal dan ook wel minder worden.

Henk Schreij over windmolens op zee of op land

About SallandCentraal

SallandCentraal

Reageren

je emailadres wordt niet gepubliceerd. *

*

*

code